THEMA 1

VERTROUWEN WAARMAKEN

Zij die voor het pensioenfonds verantwoordelijkheid dragen maken het in hen gestelde vertrouwen waar. Dat blijkt vooral uit adequaat bestuur, verantwoord beleggingsbeleid en zorgvuldig risico management. Het bestuur is eindverantwoordelijk voor het beheer. Tegelijkertijd is dit principe ook van toepassing op de toezichthouders en de leden van vertegenwoordigende organen zoals het belanghebbenden- en verantwoordingsorgaan.

NORM

Het bestuur voert de regeling naar beste vermogen uit, in een evenwichtige afweging van belangen, en heeft hiervoor de eindverantwoordelijkheid.

Toelichting:

Het bestuur voert voor alle belanghebbenden van het pensioen fonds als ‘goed huisvader’ (m/v) de pensioenregeling uit: de regeling in ontvangst nemen, aanvaarden en beheren, de gelden beleg-gen, de pensioenen uitkeren en belanghebbenden informeren. Het bestuur heeft altijd de eindverantwoordelijkheid en de regie over alle werkzaamheden van het fonds. ‘Goed huisvaderschap’ is zowel de collectieve verantwoordelijkheid van het bestuur als geheel, als die van het individuele bestuurslid. Onder belanghebbenden verstaan we de deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden, de pensioengerechtigden en de werkgever, zoals genoemd in artikel 105 van de Pensioenwet en artikel 110b van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.

Als het bestuur de uitvoering geheel of deels uitbesteedt, zorgt het ervoor dat het de volledige bestuursverantwoordelijkheid voor de uitvoering waar kan maken. Daartoe maakt het bestuur effectieve afspraken over wat bij de uitvoerder plaats-vindt in naam van het pensioenfonds. Het bestuur beoordeelt periodiek of de uitvoerder zodanig functioneert dat het bestuur door wil gaan met de uitbesteding.

Het bestuur is verantwoordelijk en zorgt voor de uitvoering van de pensioenregeling. Het heeft een visie op die uitvoering, stelt eisen waaraan deze moet voldoen en bepaalt welk kostenniveau aanvaardbaar is.

Het bestuur stelt een missie, visie en strategie op. Ook zorgt het voor een heldere en gedocumenteerde beleids- en verantwoordingscyclus. Daarnaast toetst het bestuur periodiek de effectiviteit van zijn beleid en stuurt zo nodig bij.

De missie van een pensioenfonds:
1. Beschrijft de basishouding bij de uitvoering van de pensioenregeling(en), stelt de belangen
van de (gewezen) deelnemer en pensioengerechtigden centraal en besteedt aandacht aan
goed huisvaderschap.

2. Benoemt de opdrachtgevende partij(en) en beschrijft welke verhouding met deze partijen
wordt nagestreefd en hoe deze verhouding is vastgelegd.

3. Beschrijft de basishouding ten opzichte van het financiële, actuariële en beleggingsbeleid
en de houding ten opzichte van het veronderstelde risico.

4. Beschrijft de basishouding ten opzichte van de uitvoering (van de pensioenregeling(en)) en
besteedt daarbij aandacht aan (kosten)efficiëntie, betrouwbaarheid van de uitvoering en
effectieve beheersing van risico’s.

5. Geeft inzicht in de weging van verschillende beleidsaspecten waarbij de afweging tussen
risico en rendement duidelijk wordt.

De visie van een pensioenfonds:
1. Beschrijft in welke mate (het beste) pensioenresultaat wordt nagestreefd en sluit daarbij aan
op de missie.

2. Benoemt ten minste de risicohouding bij de uitvoering van de pensioenregeling waarbij de
onderliggende samenhang tussen financieel, actuarieel en beleggingsbeleid duidelijk wordt.
Vanuit het perspectief van de belanghebbenden besteedt het pensioenfonds hier bijvoorbeeld
aandacht aan:
• de noodzaak om ten behoeve van het pensioenresultaat van belanghebbenden te
beleggen;
• de mate waarin risico’s bewust worden gelopen;
• de beschrijving van risico’s;
• de afweging van risico’s;
• het gewenste inzicht in de risico’s;
• de verantwoording over het voorgaande.

De strategie:
1. Besteedt aandacht aan in welke onderliggende/achterliggende documenten de verschillende
beleidsonderdelen in samenhang/integraal worden beschreven, waarbij in ieder geval de
positiekeuze om de missie en visie in te vullen aan de orde komt.

2. Beschrijft (daarom) vanuit planmatig perspectief de volgende onderdelen:
• pensioenbeleid (financieel en actuarieel);
• vermogensbeheerbeleid;
• risicobeheerbeleid;
• communicatie;
• uitvoering (beschrijving van (voorwaarden rond) in- en/of uitbesteding, functies/rollen,
kosten, beheersing etc.).

3. Benoemt op welke manier de uitvoering van de strategie wordt geëvalueerd waarbij de
raakvlakken met (de evaluatie van) de missie en visie worden benoemd.

Bij alle besluiten legt het bestuur duidelijk vast op grond van welke overwegingen het besluit is genomen.

Toelichting:

Transparantie over de besluitvorming doet niets af aan het feit dat het overleg voor de besluitvorming (de fase van beeld- en oordeelsvorming) in het bestuur van vertrouwelijke aard is. Dit bevordert de openheid van de discussie in het bestuur. Het bestuur zorgt ervoor dat het, voordat het besluiten neemt, alle relevante aspecten in ogenschouw heeft genomen. Ook zorgt het bestuur ervoor dat het op de hoogte is van de gevolgen die een besluit kan hebben voor de diverse belanghebbenden, mede gezien de risico’s die hierbij een rol spelen.

Het bestuur legt verantwoording af over het beleid dat het voert, de gerealiseerde uitkomsten van dit beleid en de beleidskeuzes die het eventueel voor de toekomst maakt. Het bestuur weegt daarbij de verschillende belangen af van de groepen die bij het pensioenfonds betrokken zijn. Ook geeft het bestuur inzicht in de risico’s van de belanghebbenden op korte en lange termijn, gerelateerd aan het overeengekomen ambitieniveau.

Toelichting:

De bedoelde verantwoording en het inzicht in de risico’s maken in ieder geval deel uit van het jaarverslag, maar kunnen ook op een andere manier worden gecommuniceerd aan belanghebbenden.

De verantwoording houdt in dat concreet inzicht wordt gegeven in:
1. De beleidsbesluiten rond vaststelling van premie, opbouw of inkooppercentage, toeslag-
verlening (of korting) en eventuele besluiten tot aanpassing van grondslagen (die daarbij
relevant zijn).

2. De beleidsbesluiten rond in- en/of uitbesteding en de evaluatie en/of effecten daarvan
waarbij ook de kosten van de uitvoering aan bod komen en conform wet- en regelgeving en
aanbeveling van de brancheorganisatie en toezichthouder invulling krijgen.

3. De uitkomsten van gehouden of aanpak van te houden onderzoeken onder belanghebbenden
naar (gewenst/voorgestaan) beleid. Zoals:
• pensioenbeleid (financieel en actuarieel);
• vermogensbeheerbeleid;
• risicobeheerbeleid;
• communicatie;
• uitvoering (beschrijving van (voorwaarden rond) in- en/of uitbesteding, beleggingsbeleid).

De rapportage over het pensioenbeleid geeft inzicht in:
• De uitgangspunten van de pensioenregeling (karakter inclusief toeslagbeleid als dat is geformuleerd) en de wijzigingen in de pensioenovereenkomst en pensioenregeling met een toelichting daarop.
• De beslissing of en hoe de jaarlijkse inkoop van nieuwe aanspraken plaatsvond, waarom wel of geen toeslag werd verleend en als dat van toepassing is waarom aanspraken werden gekort. Als de regeling niet voorziet in aanspraken gaat de toelichting in op de ontwikkeling van de inkooptarieven.
• De ontwikkelingen rond grondslagen worden beschreven.
• De ontwikkelingen rond de dekkingsgraden worden beschreven. Het pensioenfonds licht daarbij (voor zover relevant) de volgende ontwikkelingen toe: effect van rentetermijnstructuur, effect beleggingsopbrengst, effect renteafdekking, effect toeslagverlening/korting, wijziging grondslagen (bijv. partnerfrequentie, levensverwachting, ervaringssterfte, veronderstellingen bij kansberekeningen), premie en overige effecten.

De rapportage over het beleggingsbeleid en de beheersing daarvan, betekent dat concreet inzicht wordt gegeven in:
• Langetermijndoelstelling en gerealiseerde, meerjarige ervaringscijfers gekoppeld aan de meerjarige strategische verdeling van beleggingen over
producten, regio’s en beheersingsmaatregelen.
• Kortetermijnrisico’s en eventuele overschrijding of aanpassing van bandbreedtes.
• Visie op de mate van begrip van beleggingsproducten en risico-indicatoren (en beslissingen dien aangaande).
• Gerealiseerd rendement versus de (ALM-)uitgangspunten.
• De gesignaleerde en/of ingetreden risico’s inclusief de (effectiviteit van) inzet van risicobeheersingsmaatregelen.

De rapportage over het risicobeheerbeleid geeft inzicht in:
• risicobeleid;
• identificatie en beheersing van risico’s;
• inrichting van risicomanagement;
• rubricering strategische, financiële (inclusief de risicosoorten uit het besluit Financieel Toetsingskader) en operationele risico’s inclusief de onderverdeling naar concrete maatregelen en inschatting van het resterende risico.

De rapportage over het communicatiebeleid, geeft inzicht in:
• Gehouden onderzoeken onder (gewezen) deelnemers, pensioengerechtigden en werkgevers.
• Vastgesteld beleid en de samenhang met de onderzoeksresultaten.
• Uitgevoerd beleid en de samenhang met de beleidsmatige doelstellingen.

Het bestuur houdt rekening met de verplichtingen die het fonds is aangegaan en draagt daarbij zorg voor optimaal rendement binnen een aanvaardbaar risico.

Het bestuur zorgt ervoor dat er onder belanghebbenden draagvlak bestaat voor de keuzes over verantwoord beleggen.

Toelichting:

Voor het beleid over verantwoord beleggen is het van belang om draagvlak te creëren in dialoog met het verantwoordingsorgaan (VO) of het belanghebbendenorgaan (BO).

Het bestuur bevordert en borgt een cultuur waarin risicobewustzijn vanzelfsprekend is. Ook zorgt het ervoor dat het integrale risicomanagement adequaat georganiseerd is.

Toelichting:

Het bestuur definieert een passende risicostrategie en een passend risicobeleid, inclusief de risicobereidheid. Het bestuur actualiseert deze strategie en dit beleid periodiek. Het communiceert hierover met alle belanghebbenden.

Het bestuur zorgt voor een noodprocedure om in spoedeisende situaties te kunnen handelen.

Toelichting:

De noodprocedure gaat over de besluitvorming, zowel wat betreft organisatie als bevoegdheden. Denk aan procedures, eventuele mandaten, taakverdeling, communicatie en praktische zaken zoals bereikbaarheid (telefoonlijsten), vervanging, etcetera.

TERUG NAAR THEMA’S