icoon_commissieTaakopdracht

Gezamenlijk besluit van de Pensioenfederatie en de Stichting van de Arbeid, houdende instelling van de Monitoring Commissie Code Pensioenfondsen

De Pensioenfederatie en de Stichting van de Arbeid;
Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;
Overwegende dat het wenselijk is een Monitoring Commissie Code Pensioenfondsen in te stellen, die tot taak heeft de actualiteit en bruikbaarheid van de Code Pensioenfondsen te bevorderen;

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder commissie: de Monitoring Commissie Code Pensioenfondsen.

Artikel 2

  1. Er is een Monitoring Commissie Code Pensioenfondsen.
  2. De commissie heeft tot taak de actualiteit en bruikbaarheid van de op grond van artikel 33, tweede lid van de Pensioenwet bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gedragscode, de Code Pensioenfondsen, te bevorderen.
  3. De commissie voert haar taak onder meer uit door:
    1. Bevorderen dat de Code actueel en bruikbaar is;
    2. Jaarlijks inventariseren op welke wijze en in welke mate pensioenfondsen de normen van de Code naleven;
    3. Ontwikkelingen signaleren;
    4. Aanbevelingen doen over aanpassing van de Code;
    5. Verslag van bevindingen aanbieden aan de Pensioenfederatie, de Stichting van de Arbeid en de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Artikel 3

  1. De commissie bestaat uit een voorzitter, 4 andere leden en een adviseur uit de sector.
  2. De voorzitter en de andere leden worden gezamenlijk door de Pensioenfederatie en de Stichting van de Arbeid benoemd voor de termijn waarbinnen drie nalevingsrapportages worden uitgebracht, hetgeen inhoudt tot 1 oktober 2018. De leden zijn herbenoembaar. De voorzitter, de andere leden en de adviseur kunnen door de Pensioenfederatie en de Stichting van de Arbeid gezamenlijk worden geschorst en ontslagen.
  3. De voorzitter, de andere leden en de adviseur worden benoemd op basis van hun deskundigheid en ervaring vanuit verschillende sectoren.
  4. Indien een lid of de adviseur gedurende de in het tweede lid genoemde termijn terugtreedt of wordt ontslagen, treedt de opvolger die wordt benoemd ter vervulling van de opengevallen plaats af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij of zij is benoemd, had moeten aftreden.
  5. De leden brengen op persoonlijke titel hun kennis en ervaring in en treden niet op als vertegenwoordiger van een specifieke belangengroep.

Artikel 4

  1. De commissie stelt haar eigen werkwijze schriftelijk vast.
  2. De commissie wordt ondersteund door een secretariaat vanuit de Pensioenfederatie.
  3. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij de Pensioenfederatie. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie bewaard in het archief van de Pensioenfederatie.
  4. De commissie verstrekt desgevraagd aan de Pensioenfederatie en de Stichting van de Arbeid de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De Pensioenfederatie en de Stichting van de Arbeid kunnen inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de invulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Artikel 5

De leden en adviseur van de commissie ontvangen een vergoeding op basis van vacatiegeld, conform het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies (Stb.2009, nr.50) en reiskosten,

Artikel 6

Ter gelegenheid van de instelling van de commissie worden voor een periode van vier jaar tot lid van de commissie benoemd:

a. drs. M. A. Scheltema, te Den Haag, tevens voorzitter;
b. drs. C.M.L. Hijmans van den Bergh MBA
c. prof. dr. M. Lückerath-Rovers
d. prof. dr. P. Schnabel
e. drs. J.S.T. Tiemstra.

Als adviseur, een deskundige uit de pensioenfondsensector, wordt benoemd: drs. A.J.M. Sibbing.

Artikel 7

De Monitoringcommissie is ingesteld vanaf de dagtekening van dit besluit.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Monitoring Commissie Code Pensioenfondsen.

 

Pensioenfederatie                         Stichting van de Arbeid

 

 

Den Haag, 11 juni 2014